Waar autonomie en verbinding elkaar ontmoeten
In mijn gesprekken over drijfveren en talenten met jonge professionals en teamleiders komt één thema opvallend vaak terug: grenzen. Wat mij daarin steeds opnieuw opvalt, is dat dit onderwerp niet alleen speelt bij mensen die confrontaties lastig vinden. Juist binnen de drijfveer Confrontatie zie ik hoe grenzen aan beide kanten van het spectrum een thema zijn, zowel bij het talent Assertief als bij het talent Tolerant.
Dat lijkt op het eerste gezicht tegenstrijdig. In de praktijk laat het echter iets anders zien.
Twee talenten, één onderliggend spanningsveld
Mensen met het talent Assertief hebben vaak een sterke behoefte om hun grens te bewaken en duidelijk te maken waar zij voor staan. Zij voelen scherp aan wanneer iets niet klopt, durven zich uit te spreken en zijn bereid frictie bespreekbaar te maken. In gesprekken hoor ik hoe dit talent helpt om helderheid te creëren en onuitgesproken spanningen zichtbaar te maken.
Tegelijk zie ik dat hun grens soms pas echt voelbaar wordt op het moment dat deze al is overschreden. Irritatie, ongeduld of boosheid fungeren dan als signaal dat er eerder iets is gemist. Niet omdat iemand geen grenzen heeft, maar omdat het contact met die grens pas later bewust wordt. De confrontatie ontstaat dan niet vanuit afstemming, maar vanuit een lichaam dat te lang is doorgegaan.
Aan de andere kant ontmoet ik mensen met het talent Tolerant, die sterk gericht zijn op harmonie en verbinding. Zij zijn beheerst, vergevingsgezind en doen veel om de rust te bewaren. Hun grens is vaak wel aanwezig, maar blijft innerlijk. Vanuit de wens om de ander niet teleur te stellen of spanning te vermijden, schuift die grens ongemerkt op. Pas achteraf ontstaat het besef dat ze over zichzelf heen zijn gegaan.
In beide gevallen gaat het niet simpelweg over gedrag of persoonlijkheid. Het raakt een dieper spanningsveld.
Grenzen liggen niet aan één kant
Wat zich hier laat zien, is dat grenzen niet thuishoren bij autonomie of bij verbinding. Ze ontstaan precies op de plek waar die twee elkaar ontmoeten. Te veel nadruk op autonomie kan leiden tot dichte grenzen: stevig en duidelijk, maar soms weinig doorlaatbaar. Te veel nadruk op verbinding kan zorgen voor open grenzen: warm en afgestemd, maar ten koste van jezelf.
Grenzen vragen om voortdurende afstemming. Hoe blijf ik trouw aan mezelf, terwijl ik ook in contact blijf met de ander? Precies op die plek wordt voelbaar waarom grenzen zo’n ingewikkeld en tegelijkertijd wezenlijk thema zijn.
Grenzen beginnen in het lichaam
Vanuit het werk van Linda Kohanov wordt dit helder zichtbaar. Grenzen zijn geen mentale afspraken, maar lichamelijke signalen. Het lichaam scant voortdurend of het veilig is, of er ruimte is om jezelf te blijven en of de verbinding klopt.
Spanning in het lijf, een veranderende ademhaling, onrust of de neiging om je terug te trekken zijn geen zwaktes. Het zijn signalen van een grens die zich aandient, vaak al lang voordat er woorden zijn. Wanneer grenzen helder en voelbaar zijn, kan het lichaam ontspannen. Vanuit die veiligheid wordt verbinding mogelijk zonder dat je jezelf verliest.
Het dynamische karakter van grenzen
Grenzen zijn geen vaste lijnen. Wat vandaag klopt, kan morgen anders voelen. Wat in de ene relatie passend is, kan in een andere context te veel of juist te weinig zijn. Dat dynamische karakter is niet het probleem; het is een natuurlijk gegeven.
Toch zie ik in de praktijk dat deze beweeglijkheid onzekerheid kan oproepen wanneer de interne afstemming ontbreekt. Met interne afstemming bedoel ik de samenhang tussen wat iemand voelt in het lichaam, wat daar mentaal betekenis aan wordt gegeven, en hoe dat uiteindelijk tot handelen komt. Wanneer voelen, denken en handelen niet met elkaar verbonden zijn, ontstaan er achteraf twijfels. Had ik iets moeten zeggen? Was ik te streng? Waarom voelt dit nu niet goed?
Niet omdat iemand inconsequent is, maar omdat het lichaam al signalen gaf, terwijl het denken ze nog niet kon plaatsen en het handelen ze nog niet meenam.
Interne afstemming als bedding
Wanneer interne afstemming ontbreekt, kan het volgen van gevoel verwarrend worden. Meebewegen voelt dan als onzekerheid, en grenzen als iets onbetrouwbaars. De neiging ontstaat om houvast buiten jezelf te zoeken: in wat de ander verwacht, in wat hoort, in wat wenselijk lijkt.
In mijn werk zie ik hoe lichaamsbewustzijn, inzicht in drijfveren en talenten en het begrijpen van de werking van het zenuwstelsel helpen om die interne afstemming te versterken. Niet om grenzen te forceren of te controleren, maar om ze te herkennen op het moment dat ze zich aandienen en erop te leren vertrouwen. Die bedding maakt het mogelijk om eerder te voelen wat klopt, en daar ook naar te handelen.
Grenzen als stille vorm van zelfzorg
Wanneer die bedding er is, verandert de ervaring van grenzen wezenlijk. Ze hoeven niet hard te zijn, niet perfect geformuleerd en niet altijd uitgelegd of verdedigd. Ze mogen bewegen, zonder dat je jezelf verliest.
In die zin zijn grenzen geen breuk in de verbinding, maar een stille vorm van zelfzorg. Ze maken het mogelijk om aanwezig te blijven, zowel bij jezelf als bij de ander.
Misschien is dit een vraag om even bij stil te staan:
Waar in jouw leven voel je al signalen, maar ontbreekt nog de interne afstemming om ze werkelijk te vertrouwen?




